Gevangenen van taal: Naamgeving (deel 5 van 6)

Posted on | januari 17, 2012 | 1 Comment

Door: Aad Breed

Naamgeving
Realisten geloven in het bestaan van aparte dingen, die in werkelijkheid niet bestaan, op dezelfde manier als kinderen in Sinterklaas geloven. Taal trekt denkbeeldige grenzen, die er in de werkelijkheid niet zijn. Dawkins in “Het grootste spektakel ter wereld”op blz. 188: Anderen brengen zichzelf in de war met namen en de onontkoombare bijkomstigheid dat naamgeving schijnbare scheidslijnen trekt waar er helemaal geen zijn.

Namen zijn niet meer dan onderling gemaakte afspraken. Realisten leven  al duizenden jaren onterecht in de overtuiging, dat taal de werkelijkheid weergeeft. Zijn wij wel zo intelligent als wij zelf denken?

  • Zo impliceert mijn geloof in het bestaan van bv. de maandag, dat er ‘s nachts om 12 uur een echte grens met zondag  is overschreden. Ook geloof ik, dat er dan een nieuwe week van 7 dagen is begonnen. Maar ‘s nachts om 12 uur is dat nergens te constateren en ook niet logisch af te leiden. Het bestaan van maandagen of weken/seconden/uren is niet meer dan een fantasie, een afspraak. Je moet minstens Nederlands spreken, om in deze fantasie te kunnen geloven.
  • Mijn geloof in het bestaan van bv. Nederland wordt veroorzaakt door de overtuiging, dat er een echte grens loopt tussen Nederland en bv. Duitsland. Als ik daar echter ga kijken, zal ik nergens een grens vinden. Het bestaan van Nederland (en dat geldt natuurlijk voor alle landen) is niet meer dan een afspraak, en bestaat alleen maar tussen onze oren. Nederland bestaat niet in de werkelijkheid.
  • Mijn geloof in het bestaan van bezit is mij door mijn ouders en leraren aangeleerd. In werkelijkheid kan er geen sprake zijn van het bezitten van bv. een stuk grond, waarvan de notaris de grenzen heeft vastgesteld. We spreken slechts onderling af, dat bezit in de werkelijkheid bestaat, terwijl vrij gemakkelijk is in te zien, dat het niet bestaat. Ook bezit bestaat uitsluitend en alleen tussen de oren van realisten. Het is geen feit, maar een tussen de oren geconditioneerde afspraak.
  • Het geloof in het bestaan van geld is mij aangeleerd. In de werkelijkheid kan er geen sprake zijn van het bestaan van geld. Het is eveneens niet meer dan een afspraak, die alleen bestaat tussen de oren van realisten, en niet in de werkelijkheid.
  • Mijn naam trekt een denkbeeldige grens tussen mij en de ander, maar ik ben niet mijn naam. Mijn naam is niet meer dan een bedenksel van mijn ouders. Er is alleen maar onderling afgesproken, dat ik voortaan zo zal worden aangesproken.

Conclusie: Elk zelfstandige naamwoord bestaat uitsluitend en alleen onzelfstandig. Wittgenstein formuleert deze tegenspraak als volgt: Het ding is zelfstandig, voorzover het in alle mogelijke toestanden voorkomt, maar deze vorm van zelfstandigheid is een vorm van samenhang, een vorm van onzelfstandigheid (Tractatus 2.0122).

Lees ook deel 6: De duale structuur van de samenleving.

Over Aad Breed

Aad Breed schreef 6 posts op dit blog.

Ik ben Aad Breed, geboren op l mei 1941 omstreeks 11.20 uur. Ook kan ik nog vermelden dat ik van het mannelijk geslacht ben. Dergelijke uitspraken bepalen mijn identiteit en zo’n identiteit beschouwen we als “waar. Zo “waar dat ze zelfs in mijn paspoort terecht is gekomen. Iedereen kan en mag dat controleren. Wie of wat ik zou zijn zonder die naam zou ik niet weten. Om te weten wie je bent heb je woorden en namen nodig. Hoe komt het toch dat ik echt denk dat ik die naam ben, terwijl het tegelijkertijd zo makkelijk is om te zien dat er tussen je ik en de naam, die mijn ouders op dit ik geplakt hebben geen werkelijk verband bestaat?’

Comments

One Response to “Gevangenen van taal: Naamgeving (deel 5 van 6)”

  1. Gevangenen van taal. Deel 4 van 6 :
    januari 17th, 2012 @ 10:47

    [...] « Gevangenen van taal. Deel 5 van 6 CIZ-formulier van Tappan het beste » [...]

Leave a Reply





  • RSS-feed

  • Categorieën

  • Archief